Met Veldhuis en Kemper is het hard gegaan. De Haarlemmers braken in 2003 door bij het grote publiek met hun hit 'Ik wou dat ik jou was'. Het succes kwam op het moment dat het tweetal al een aantal jaren aan de weg aan het timmeren was in het theater. Dat ging op zich lekker - sinds het duo in 1999 tweede werd in het Rotterdamse Camarettenfestival was hun ster rijzende, met steeds meer publiek en steeds betere recensies.

Het bleef echter een liefhebberij; zowel Veldhuis als Kemper hield er gewoon een vaste baan op na. Het succes van 'Ik wou dat ik jou was' en het album 'Half zo echt' dat kortgeleden 'goud' werd, gaf Richard Kemper de kans zijn baan in de reclame op te zeggen, en Remco Veldhuis hoefde niet langer vast te houden aan zijn carrière in de tv-productiewereld. Binnenkort verschijnt hun nieuwe album, getiteld 'Als het gaat waaien' en de jongens zijn momenteel on the road met hun nieuwe cabaretprograma 'Hitsig!'. Vanaf begin volgend jaar gaat hun tweede show, 'De Geur Van', in reprise.
En dat voor twee jongens die ooit door een wederzijdse vriend aan elkaar werden voorgesteld omdat die het gehad had met hun gezeur ooit iets te willen doen met cabaret. Het bleek onmiddellijk te klikken, maar Veldhuis en Kemper bouwden het rustig op. Veldhuis: "Hoewel het vorig jaar voor veel mensen misschien leek alsof we uit de lucht kwamen vallen, waren we al een jaar of vijf bezig. Het is gewoon op een rustige manier tot wasdom gekomen. Wat dat betreft ben ik blij dat weop het Camarettenfestival tweede werden, achter Marc-Marie Huybrechts, en niet eerste. Anders was het te snel gegaan en dat hadden we niet aangekund. We waren nog niet toe aan het grote werk. Wat we vanaf het begin al wel wisten, is dat we niet alleen graag cabaret wilden maken, maar ook liedjes schrijven en we hoopten ooit een cd op te kunnen nemen. 'Ik wou dat ik jou was' was dus het begin van de volwaardige Veldhuis & Kemper."
Kemper: "Het is geweldig dat het gelukt is. Het allemaal te kunnen doen, dat inspireert echt heel erg."
Veldhuis: "'Hitsig!' gaat daar ook over, over al die indrukken die we hebben opgedaan, optreden in het voorprogramma van Borsato, voor het eerst twaalfduizend mensen jouw liedje zien en horen zingen…" Het grote succes gaf niet alleen een enorme kick, maar leverde ook teleurstellingen op. Er waren veel mensen in het cabaretcircuit die Veldhuis en Kemper weigerden serieus te nemen. Ze hadden de schijn tegen; al een werkend bestaan achter de rug en dan op hun dertigste nog een beginnen met cabaret. Veldhuis: "Mijn grote voorbeeld, Freek de Jonge, schijnt gezegd te hebben dat hij ons maar niets vindt. We zouden oppervlakkig zijn. En dat terwijl hij volgens mij nog nooit een voorstelling van ons heeft gezien! Erg jammer."
Volgens beiden beginnen dit soort geluiden te verstommen. En dat voelt lekker. Kemper: "We krijgen steeds meer positieve kritieken. Wat ik echt te gek vind, is dat nu al van ons gezegd wordt dat we een heel eigen stijl en geluid hebben. Wat onze nieuwe plaat betreft, we zijn een jaar verder. Het is ietsje minder kleinkunst, maar wel écht Veldhuis & Kemper. Dat geldt ook voor onze voorstellingen. Ons wordt wel eens gebrek aan innerlijke noodzaak verweten, omdat we niet, zoals het schijnt te horen, vier jaar op een zolderkamer hebben gezeten om vervolgens onze wereldvisie te ontvouwen. We hebben midden in het werkende leven gezeten, hebben daarvan afstand genomen en hebben er van alles over te zeggen. Dat is goed, we willen toch een spiegel voorhouden. Dat is, vind ik, een hele zuivere, vernieuwende vorm van innerlijke noodzaak."
Uit: De Telegraaf, 2 september 2004
Tekst: Philip Overkleeft
Foto: Wilberto van den Boogaard