Interviews

Veldhuis & Kemper wouden dat ze negers waren

Richard Kemper studeerde in Utrecht, Remco Veldhuis hing de corpsbal uit in Haarlem. Als Veldhuis & Kemper verwierven ze bekendheid met hun grote hit 'Ik wou dat ik jou was'. Onlangs brachten ze een nieuwe cd uit: Als het gaat waaien.


Veldhuis (rechts): 'We kunnen unaniem zeggen dat er het meest gekeken wordt naar Dennis, onze elektrische gitarist.' En Kemper: 'Volgens mij hadden wij het burgerlijkste en truttigste studentenhuis van Utrecht in Transwijk.'

Trajectums muziekrecensent schreef over Als het gaat waaien: 'Als ze niet oppassen, worden Veldhuis & Kemper dadelijk inderdaad Acda & De Munnik.' Wat vinden jullie daarvan?

Remco Veldhuis: 'Ik zeg wel eens gekscherend tegen onze platenmaatschappij: 'Ik wou dat we negers waren, dan had nooit iemand het bedacht'.'
Richard Kemper: 'Ik zie de quote liever zo dan andersom. We zitten onmiskenbaar in hetzelfde genre: Nederlandstalige theaterpop. Ik hoop dat er snel nog een duo bijkomt en dat iedereen aan hen gaat vragen: wat vinden jullie eigenlijk van Veldhuis & Kemper?'

'Grensgeval' (maar goed dat ik op vrouwen val / want als man ben ik een grensgeval) is met afstand het meest komische liedje op jullie nieuwe cd. Over wie gaat dat?

Kemper: 'Over ons allebei. We zijn allebei niet echt mannenmannen. Ik heb wel op voetbal gezeten, maar ik voelde me daar heel ongelukkig. In de pauze van onze voorstellingen gaat het vaak wel over welke meisjes op welke rij zaten en naar wie er het meest werd gekeken.'
Veldhuis: 'We kunnen unaniem zeggen dat er het meest gekeken wordt naar Dennis, onze elektrische gitarist. Gelukkig is dat weer over vanaf januari, dan gaan we met zijn tweeën het theater in.'
Kemper: 'We blijken heel vaak cadeautjes te zijn. Heel veel jongens geven hun vriendin een kaartje voor Veldhuis & Kemper.'
Veldhuis: 'In de zekerheid dat ze dáár toch nooit verliefd op zal worden.'

Direct voor 'Grensgeval' zit 'Plastic ongemak', het droevigste liedje op de cd. Waar gaat dat over?

Kemper: 'Dat gaat niet over iemand in mijn omgeving. Alles ging goed. Gouden plaat in het vooruitzicht en de Edison was net binnen. Toen zag ik Hart in Actie, tja, zo niet-romantisch zijn de insteken voor liedjes soms. Wendy van Dijk was op bezoek bij een kindje met leukemie. Waarom maak ik me dan eigenlijk nog druk dat we morgen nog bij de kledingsponsor langs moeten voor het juiste shirt voor dat en dat optreden, vroeg ik me af. Stel nou dat een van mijn beste vrienden dat zou overkomen. Dezelfde nacht heb ik dat liedje geschreven.'
Veldhuis: 'Vrienden van mij kregen tijdens de grote doorbraak een kindje met het Downsyndroom en een hartafwijking. Dat is niet te rijmen met elkaar. Het gaat met jou heel goed, terwijl het met iemand anders heel slecht gaat. Dan realiseer je je dat je misschien wel te veel met jezelf bezig bent geweest.'

Kemper deed heao-communicatie aan de voorloper van de HvU, hoe was jouw studententijd?

Kemper: 'Volgens mij hadden wij het burgerlijkste en truttigste studentenhuis van Utrecht in Transwijk. Ik deelde een soort maisonette, met keurige plantjes en een kleed en een mooie leren bank met nog twee jongens. We hadden alleen maar contact met andere communicatie-studenten, niet met studentenverenigingen. Ik vond het echt afschuwelijk om te zien hoe in café De Flater van die disputen binnenkwamen met allemaal een Latijnse naam op hun bodywarmer geborduurd.'
Veldhuis: 'Ik was er wel eentje met Latijnse namen op mijn shirt. Maar ik heb het nooit anders dan als een spel en een niet bestaande wereld beschouwd.'

Vertel eens een anekdote.

Veldhuis: 'Aan driekwart wil ik niet herinnerd worden. Maar tijdens de ontgroening hadden wij buitenweekenden. Ik ben een keer 's ochtends in het gras in slaap gevallen. Ik werd wakker en het hele veld was leeg. Er was geen tent meer, niemand meer. Ik lag achter een talud, dus ze hebben me niet kunnen zien. Maar ik ben teruggelopen naar Haarlem, ik werd niet eens gemist!'
Kemper: 'Er schiet mij niets te binnen. Ik ben wel half verslaafd geweest aan de Apfelkorn, dat zijn van die dingen die je drinkt tijdens je studententijd.'
Veldhuis kreunt: 'Apfelkorn?!'

Nog contact met mensen uit die tijd?

Veldhuis: 'Ik word regelmatig in supermarkten op mijn schouder gemept door mensen die ik al heel lang uit mijn leven weet te houden. Ik ben op een gegeven moment uitgeluld over (doet bekakte stem na): "Hé gozer, jij bulkt nu zeker van de kwartjes, je verdient je zeker helemaal scheel? Wanneer ga je die toko overnemen, die platenmaatschappij van jou?" Dan denk ik: 'We zijn aan het praten hoop ik, en niet aan het penismeten?' Ik weet zeker dat die mensen niet zo waren toen ze van de havo kwamen.'
Hij schiet in de lach: 'Wat een kutwereld eigenlijk, daar kom ik nu pas achter.'

Door: Jaan van Aken
Uit: Trajectum, 25 oktober 2004