Interviews

Zij van...

Zij van...
Van hem weten we bijna alles, maar wie is zij?

Deze week: Wendy Veldhuis (35), vrouw van cabaretier Richard Kemper

Bij elkaar sinds: 2000
Geboren op: 26 augustus 1971 in Haarlem, twee broers
Kinderen: Joshua (11), Talissa (8) en Ischa (1,5)
Aantal serieuze exen: 2
Hij is onweerstaanbaar: ‘In bijna alles. Zijn ogen en zijn hele zijn’
Hij gelooft in: ‘Zichzelf en in God’
Onhebbelijkheid: ‘Roken, maar daar is hij net mee gestopt’
Je krijgt ‘m kwaad met: ‘Tv-braaksel. Rommel op tv dus’
Mooiste herinnering samen: ‘De geboorte van Ischa’
Voor mijzelf: ‘De geboorte van de andere twee kinderen. Afgezaagd, maar o zo waar!
Hij is altijd in voor: ‘Uitslapen’
Hij ziet haar het liefst in: ‘Spijkerbroek, wit T-shirt en gympen’
Hij weet je te paaien door: ‘Uit het leven te halen wat erin zit’
Moment samen: ‘Kinderen lekker vroeg naar bed en dan de hele avond samen hebben’
Over 20 jaar…: ‘Zijn we samen tevreden’

‘Als puber wilde ik minister van economische zaken worden. Ik weet ook niet waarom, maar dat leek me het einde. Ik vond economie een geweldig vak. En dus ging ik naar de Universiteit van Amsterdam om economie te studeren. Ik was nog heel jong, want ik was een vroege leerling. Toen ik een keer in de foyer zat te studeren, vroeg een fotograaf me of hij foto’s van me mocht maken voor een computerreclame. Hij vond mij fotogeniek en zei: ‘Daar moet je wat mee doen.’ Op dat moment was ik wel een blije student, maar ik vond het ook een beetje sáái worden. Ik overwoog om er een jaar tussenuit te gaan. Toen ik een advertentie van modellenbureau Elite zag voor de wedstrijd van Look of the Year, zei Paul, mijn oudere broer: ‘Laten we foto’s nemen en insturen.’ Ik kwam de eerste selectie door – en de tweede, derde en vierde – en zo werd ik de Nederlandse Elite Look of the Year. Dat betekende dat ik naar Brazilië mocht voor de échte verkiezing. Uiteindelijk won ik daar ook. Elite bood me een contract aan waarbij ik kon kiezen tussen Parijs of New York als standplaats. Ik koos Parijs, omdat het zo dichtbij was. New York vond ik te ver van huis. Ik was een buitenbeentje in de modellenwereld. Ik voelde me er totaal niet op mijn plek, ik sprak de taal niet goed en was niet op-en-top gekleed. Ik vond het allemaal een beetje eng. Maar ik rolde er al snel in en heb tot mijn 28e fulltime modellenwerk gedaan. In Parijs ontmoette ik Marc en hij leek de man van mijn leven. Ik nam de Franse manier van leven snel over. In Frankrijk is het heel normaal om jong moeder te worden, en zo kreeg ik op mijn 23e Joshua. Gelukkig had de zwangerschap weinig invloed op mijn uiterlijk. Als je zo jong moeder wordt, schiet je lijf na de bevalling als een elastiekje weer terug naar normale proporties. Josh werd in februari geboren, in mei deed ik alweer een klus voor een lingeriemerk. Een paar jaar later kregen we Talissa. Ik had een leuk leven in Parijs, maar had ook mijn bedenkingen. Parijs is een mooie stad, maar heeft ook zijn donkere kanten. Er is veel agressiviteit op straat, en als je wat groen wilt zien, dan ben je uren onderweg naar een park. Op een gegeven moment liep mijn huwelijk stuk. Er was een emotionele leegte ontstaan tussen Marc en mij. De keuze was: blijf ik in Frankrijk of ga ik aan een tweede leven beginnen in Nederland? Eigenlijk miste ik Nederland wel, dus ik heb er toen bewust voor gekozen om terug te gaan.

Natuurlijk was ik erg teleurgesteld dat mijn relatie over was. In die tijd was ik vooral bezig met het regelen van een nieuwe plek in Nederland en reisde heel veel op en neer tussen Nederland en Parijs. Gelukkig is mijn broer makelaar. Via hem kon ik veel huizen bezichtigen. Maar ik voelde me down en toen ik op een dag bij mijn moeder op de bank zat, zei ze: ‘Kom, je moet er even uit – we gaan naar Remco kijken.’ Remco is mijn jongere broer, en die stond op dat moment in de voorrondes van het Camarettenfestival. Samen met Richard. Ik had Remco al vaak over Richard gehoord, het was Richard – voor en Richard – na. Toen ik Richard op het podium zag staan, dacht ik meteen: wat een leuke man! Daarna gingen we wat drinken met een groep familie en vrienden. Ik ging bij Richard op de stoelleuning zitten – haha, ja héél fout – en praatte even met hem. In die paar minuten dat ik met hem sprak, werd ik meteen smoorverliefd! Ik was verbaasd dat ik zulke intensieve gevoelens had voor een man die ik nauwelijks kende. Ik dacht: wat is hier in godsnaam aan de hand? De volgende dag was de finale van het festival. Ik zou die dag weer teruggaan naar Parijs, maar zette mijn tickets om. Ja, zogenaamd om Remco te zien, maar ondertussen… Na de finale, waarbij Remco en Richard tweede werden (na Marc-Marie Huijbregts), sprak ik Richard tien minuten. Hij zei: ‘Als je echt naar Nederland wilt komen, bel dan maar, dan spreken we wat af.’ Tegen Remco zei Richard toen: ‘Ik heb een probleem. Ik ben verliefd op je zus.’

Richard had op dat moment een relatie. Maar dat hij zó verliefd op mij kon worden, zei genoeg over die relatie. Hij maakte het meteen uit. Een paar dagen erna hebben we afgesproken. Toen ik uit de auto stapte, hebben we voor het eerst gezoend. We wisten allebei niet was ons overkwam. Ik zat in een moeilijke tijd door mijn scheiding, maar mijn ontmoeting met Richard maakte die periode voor mij toch heel bijzonder.
Ik vond een leuk appartement in Haarlem. Heel moeilijk was dat voor mijn zoon Joshua, die toen vier was en niet meteen meekwam naar Nederland. Hij wilde niet weg uit zijn omgeving, want hij was helemaal gek van zijn vader. Ook zijn vader Marc ging blind voor hem. Ik wist dat Josh zielsongelukkig zou worden als ik hem meteen meenam. Bovendien wilde ik Josh zijn vader niet ontzeggen en Marc zijn kind niet. Ja, dat is niet zoals het meestal gaat bij een scheiding. Maar voor mij was het belangrijk om het op deze manier te doen. En deep down wist ik ook: als ik dit zó laat verlopen, dan komt het uiteindelijk wel goed. Josh heeft nog twee jaar in Parijs gewoond. Ik woonde toen met Talissa in Haarlem en ging zo vaak mogelijk naar Parijs om Joshua te zien. Laatst heb ik het nog eens opgezocht: ik was er het eerste jaar 172 dagen, en in het tweede jaar 166 dagen. Uiteindelijk miste Josh de gezelligheid van een gezin. Toen hakte Marc zélf de knoop door. Hij zei: ‘Dit is niet goed, Joshua moet ook gewoon bij zijn moeder wonen.’ Nu ben ik blij dat het zo is gegaan. Dat ik zijn vader óók een kans heb gegeven, dat ik hem niet tegen mij in het harnas heb gejaagd. En dat de kinderen een goede band met hun vader hebben behouden. Ze vliegen nu regelmatig een weekend op en neer naar Parijs, en ze gaan iedere vakantie naar hem toe.

Richard kon gelukkig al snel overweg met Joshua en Talissa. Hij is natuurlijk iemand die mensen aan het lachen kan maken, en dat vonden de kinderen leuk. Uit liefde voor mij heeft hij ze niet alleen geaccepteerd, maar is hij ook van ze gaan houden. Omdat ze uit mijn bloed komen. Dat had ik nooit durven hopen. Uiteindelijk wilden we ook graag nog een eigen kind, en zo kwam anderhalf jaar geleden Ischa.
Toen ik Richard leerde kennen, was hij nog directeur van een reclamebureau. Overdag werkte hij op kantoor en ’s avonds ging hij richting theater. Dat heeft hij bijna twee jaar volgehouden. Maar toen kwam toch het punt waarop hij een keuze moest gaan maken. Hij voelde zich wel verantwoordelijk om de boel financieel draaiende te houden – en cabaret is natuurlijk een onzeker vak. Maar we dachten allebei: kies gewoon voor het cabaret, it’s now or never… En dat deed hij. Hij is er zó op zijn plek. Richard en Remco zijn ook gewoon heel goed als duo.
In Nederland ben ik op een laag pitje doorgegaan met modellenwerk. Ook was ik assistente van Carlo Boszhard in het programma Welkom op je bruiloft. Later heb ik Wehkamp tv gepresenteerd. Ik maakte filmpjes met een beetje een Willem Weverachtige insteek, bijvoorbeeld over hoe kasten worden gemaakt. Dat was heel leuk. Maar na een tijd stopte dat. Ik zou nog wel verder willen met presenteren, hoor! Ik studeer nu makelaardij. Ik ben gefascineerd door huizen, bouwen en verbouwen. Een huizen- of verbouwingsprogramma presenteren – dat zou dus ideaal zijn! Richard en ik delen heel veel. Wat níet, zou ik bijna zeggen. Hoe we in het leven staan, hoe we omgaan met andere mensen. We geloven ook allebei in een hogere macht. Als we ergens zijn, bezoeken we vaak de lokale kerk. Als je een kerk instapt, gebeurt er toch iets met je. Het is fijn als je zo’n basisgevoel deelt.
Richard is iemand die een doel kan stellen. Dat kan van alles zijn: iets in zijn carrière, maar ook het repareren van de tv. Die vechtlust, daar ontbreekt het nog wel eens aan bij mij. Als ik tegenslag heb, dan durf ik het soms niet meer te proberen. Maar Richard vindt: als je ’t wilt, dan moet je er keihard voor knokken. Hij is volhardend en zelfverzekerd, wil eruit halen wat erin zit. En hij gelooft heel erg in mij, kan me daar erg in stimuleren. Dat is fijn, ja. Hij geeft me de support die ik nodig heb. Met mijn studie nu ook. Dan zegt hij: ‘die bouwkundemodule, die ga jij gewoon halen.’ Dat is een lekker gevoel. Waar ik maatschappelijk gezien nog wel eens aandacht voor zou willen vragen, is de positie van vaders na een scheiding. Het is min of meer maatschappelijk geaccepteerd dat vrouwen zeggen na een scheiding: ‘Die eikel van een ex krijgt de kinderen niet meer te zien.’ Ik vind dat ongelofelijk. Het gebeurt veel te vaak dat kinderen daardoor hun vader niet meer zien. Als je dronken door rood rijdt, valt de hele wereld over je heen, maar als je niet wilt dat je ex-man je kinderen ziet, kom je ermee weg. Daar zou ik mensen op willen aanspreken. Kinderen hebben een vader nodig en andersom. Mensen zeggen vaak: ‘Wat bijzonder dat je dat met Joshua zo hebt gedaan!’ maar voor mij voelde dat alleen maar als iets heel natuurlijks. Ik zie het als mijn taak om me als moeder uiteindelijk misbaar te maken – dat de kinderen mij niet meer nodig hebben. Het belang van de kinderen hoort voorop te staan. Ik weet nog niet hoe, maar ik wil mij daar graag nog eens sterk voor maken.’

RICHARD KEMPER (37)

Was tien jaar geleden nog directeur van een reclamebureau en wilde toen al ‘eigenlijk iets met cabaret’ doen. Een kennis van hem regelt een blind date met Remco Veldhuis, die dezelfde ambitie heeft. Die eerste avond schrijven ze meteen een liedje en het duo Veldhuis&Kemper is geboren. Ze gaan de theaters in met hun eerste programma: Half zo echt. In 2003 scoren ze een megahit met ‘Ik wou dat ik jou was’. Volgend jaar staan ze in de theaters met Tijd heelt alle zonden, dat de pers ‘buitengewoon geestig’ noemt.

Uit: Esta, 15 juli 2007
Tekst: Hilde Postma
Foto: Ester Gebuis